andreaskruizen Gemeente Amsterdam

Commissie Ruimtelijke Kwaliteit De Schoonheid van Amsterdam

Criteria Erfgoed

Welstandscriteria voor erfgoed


Welstandscriteria erfgoed

De Westertoren, de Hermitage, het Olympisch Stadion, Het Schip, het Vondelpark, Tuindorp Frankendaal, het voormalig Burgerweeshuis, of Brug 705: het zijn maar 8van de 8000 monumenten die Amsterdam rijk is. Amsterdam telt ook vijf rijksbeschermde stads- of dorpsgezichten.

Naast wettelijk beschermde monumenten en gezichten kent de stad een aantal ruimtelijke systemen van bijzondere cultuurhistorische waarde: de 19de-eeuwse Ring, de Gordel ’20-’40 en het AUP. Bovendien heeft een deel van het gebied binnen de Singelgracht de status van Werelderfgoed.

Alle gebouwen en zones die van historische waarde zijn – óók de niet wettelijk beschermde – worden gerekend tot het Amsterdams erfgoed en vormen een belangrijk onderdeel van het culturele kapitaal van de stad. Welke gebieden en bouwwerken dit zijn, is te vinden op de waarderingskaarten (zie de bijlage van deze welstandsnota). In dit hoofdstuk worden de criteria beschreven die bij de beoordeling van al dit erfgoed gehanteerd worden.


Beschermde stads- en dorpsgezichten

Beschermde stads- en dorpsgezichten zijn gebieden die van algemeen belang zijn vanwege hun schoonheid, hun onderlinge samenhang of hun wetenschappelijke of cultuurhistorische waarde. Het gaat in een beschermd gezicht niet alleen om de afzonderlijke gebouwen die een bepaalde waarde vertegenwoordigen, maar juist om de onderlinge samenhang en de daarbij behorende structuur, dan wel aanleg, die een cultuurhistorische betekenis heeft.

Bij beschermde gezichten wordt onderscheid gemaakt tussen van rijkswege en van gemeentewege beschermde gezichten. De van rijkswege beschermde gezichten zijn: ‘Amsterdam binnen de Singelgracht’, beschermd gezicht Amsterdam-Noord en de Waterlandse dorpen Durgerdam, Ransdorp en Holysloot. Sinds 2007 heeft Amsterdam ook een gemeentelijk beschermd stadsgezicht: “Van Eesteren”, een deel van de Tuinstad Slotermeer in Nieuw-West. Het is vernoemd naar de stedenbouwkundige Cornelis van Eesteren, onder wiens leiding het Algemeen Uitbreidingsplan (AUP) van Amsterdam, waarvan deze buurt onderdeel is, werd ontwikkeld.

In een beschermd gezicht is het slopen van panden moeilijker, omdat de waarde van de bestaande bebouwing nadrukkelijk een rol speelt in het afwegingsproces. Bij verbouwings- of vernieuwingsplannen wordt strenger beoordeeld of een plan een stedenbouwkundige of architectonische verbetering voor het geheel oplevert. Er wordt vooral gekeken naar het behoud van de samenhang. Daarom gelden ook in een beschermd gezicht deels andere regels voor vergunningvrij bouwen.


Monumenten

Net als bij de beschermde gezichten zijn er in Amsterdam twee categorieën beschermde monumenten: rijksmonumenten en gemeentelijke monumenten. Een rijksmonument is een gebouw of object dat cultuurhistorisch gezien van nationaal belang is vanwege schoonheid, betekenis voor de wetenschap of cultuurhistorische waarde. Voor een gemeentelijk monument geldt hetzelfde, maar dan gaat het om lokaal belang.

De juridische kaders voor de bescherming van monumenten worden gevormd door de Erfgoedwet (voorheen Monumentenwet 1988) en de erfgoedverordening van de gemeente. Op de website van Monumenten en Archeologie (M en A) is te vinden of een pand voorkomt op de lijst van rijks- of gemeentelijke monumenten. Bij een monument zijn de mogelijkheden voor het vergunningvrije bouwen uiteraard beperkter dan bij een niet-monument. Bij twijfel of een bouwwerkzaamheid wel of niet vergunningvrij is, is het aan te bevelen contact op te nemen met het stadsdeel of M en A, dat als kennisbank en vraagbaak fungeert voor verbouwingen, restauraties en het energiezuiniger maken van monumenten.


Waarderingskaarten en ordepanden

Niet alleen monumenten of architectonische hoogtepunten zijn van cultuurhistorisch belang, maar ook het weefsel tússen de beschermde monumenten. Om ervoor te zorgen dat ook zorgvuldig wordt omgegaan met waardevolle panden en gebieden die niet wettelijk beschermd zijn, heeft Amsterdam waarderingskaarten opgesteld voor veel gebieden. Zo zijn er waarderingskaarten voor de Binnenstad, de Gordel ’20-’40, de 19de eeuwse Ring en de AUP gebieden. Hierin worden de buurten in hun samenhang en onderlinge verscheidenheid beschreven en met elkaar vergeleken. De bebouwing is vervolgens op pandniveau gewaardeerd in vier (19de-eeuwse Ring en Gordel ’20-’40) respectievelijk drie ordes (Binnenstad en AUP gebieden), opklimmend van de laagste basisorde respectievelijk orde 3 naar de hoogste orde 1.

De criteria die uit de waardering van de architectuur in deze kaarten zijn afgeleid, vormen de basis voor de welstandsbeoordeling van bouwinitiatieven. Met uitzondering van de Waarderingskaart Beschermd Stadsgezicht Centrum zijn niet alleen de individuele gebouwen gewaardeerd, maar is ook aan de stedenbouwkundige samenhang een waardering gegeven. In deze gebieden speelt deze stedenbouwkundige waardering eveneens een rol bij de beoordeling van plannen.