Gemeente Amsterdam

Commissie Omgevingskwaliteit De Schoonheid van Amsterdam


WAARDERINGSKAART GORDEL '20-'40

De waarderingskaart voor de Gordel ’20-’40 omvat alle stadsuitbreidingen uit de periode tussen de Eerste en de Tweede Wereldoorlog, inclusief de tuindorpen in Amsterdam-Noord.

Op de waarderingskaarten wordt de architectonische kwaliteit van de bebouwing in een opklimmende waardering aangegeven met basisorde, orde 3, orde 2 en orde 1.

In de waarderingskaarten is bovendien aandacht voor architectuureenheden, accenten en symmetrische bebouwing. Ook deze aspecten worden bij de beoordeling van plannen betrokken.

Omdat het niet alleen om het individuele gebouw gaat, maar ook om stedenbouwkundige samenhang, is ook aan de stedenbouw een waardering gegeven, oplopend van basiszone naar zone 3, zone 2 en zone 1. Door de combinatie van deze twee waarderingssystemen kan genuanceerd naar een bepaalde bebouwing worden gekeken. Architectuur met een lage waardering in een stedenbouwkundig hoogwaardig gebied vraagt om een zorgvuldiger beoordeling dan in een stedenbouwkundig laag gewaardeerd gebied: ordes en zones versterken elkaar of geven nuancering. 


Criteria ordepanden Gordel ’20-’40

  • Basisorde


Dit zijn voor de periode kenmerkende bouwwerken met basiskwaliteit, of bouwwerken die door ingrijpende wijzigingen hun architectonische meerwaarde hebben verloren.

Voor de aanpak van gevels grenzend aan openbaar gebied vormt de oorspronkelijke karakteristiek het uitgangspunt. Afwijking van de oorspronkelijke gevelelementen in vorm, maat, materiaal, detaillering, verhouding en kleur zijn denkbaar, als deze niet leiden tot een visuele verstoring van de architectuureenheid als geheel en van het straatbeeld.

Voor achtergevels geldt: redelijke eisen van welstand.

  • Orde 3


Dit zijn karakteristieke bouwwerken met architectonische en/of stedenbouwkundige meerwaarde.

Voor de aanpak van gevels grenzend aan openbaar gebied geldt als uitgangspunt het handhaven en herstellen van de oorspronkelijke elementen in vorm, maat, materiaal, detaillering, verhouding en kleur. Veranderingen hierin zijn in geringe mate denkbaar als deze overeenstemmen met de oorspronkelijke karakteristiek. Specifieke aandacht wordt gevraagd voor bouwwerken die bijzonder zijn gesitueerd of die een bijzondere positie innemen in de architectuureenheid, zoals symmetrisch opgebouwde panden en hoekpanden.

Voor achtergevels geldt: redelijke eisen van welstand.

  • Orde 2


Dit zijn monumentwaardige bouwwerken met nadrukkelijke architectonische verbijzondering en bouwwerken met een bijzondere cultuurhistorische betekenis.

Voor de aanpak van gevels en kap grenzend aan openbaar gebied geldt als uitgangspunt een restauratieve aanpak en het handhaven en herstellen van de oorspronkelijke elementen in vorm, maat, materiaal, detaillering, verhouding en kleur. In geval van storende verminkingen de oorspronkelijke bouwmassa reconstrueren. Het gebruik van niet-oorspronkelijke materialen is niet uitgesloten mits dit visueel volledig overeenkomt met de oorspronkelijke vorm, maat, detaillering, verhouding en kleur, maar wordt dringend ontraden.

Voor achtergevels geldt: redelijke eisen van welstand.

  • Orde 1


Dit zijn rijksmonumenten, gemeentelijke monumenten en panden met een vergelijkbare cultuurhistorische waarde.

Voor geregistreerde rijks- en gemeentelijke monumenten geldt: te behandelen als beschermd volgens de Monumentenwet 1988 danwel Verordening tot behoud van monumenten in de stadsdelen van de Gordel ’20-’40. Voor het casco geldt een restauratieve aanpak.

Voor niet als rijks- en gemeentelijk monument geregistreerde orde 1 panden geldt restauratieve aanpak van gevels en kap grenzend aan openbaar gebied: handhaven en herstellen van de oorspronkelijke elementen in vorm, maat, materiaal, detaillering, verhouding en kleur. In geval van storende verminkingen reconstructie van de oorspronkelijke bouwmassa.

Voor achtergevels van niet als rijks- en gemeentelijke monument geregistreerde orde 1 panden geldt: redelijke eisen van welstand.


Criteria stedenbouwkundige zones Gordel ’20-’40

Onder stedenbouwkundige zones wordt het openbaar gebied verstaan, dat wil zeggen straten en pleinen of combinaties dan wel gedeelten ervan, in samenhang met flankerende bebouwing, groen, water en privétuinen die grenzen aan het openbaar gebied.

De stedenbouwkundige zones maken onderdeel uit van de gebiedsgerichte criteria van het ruimtelijk systeem en geven bij verbouwingen, uitbreidingen en nieuwbouw een belangrijk houvast bij de beoordeling van de ingreep in relatie tot zijn omgeving. Zo mag van nieuwbouw in zone A (hoogste waardering) meer verwacht worden dan van nieuwbouw in een basiszone.

De waardering wordt bepaald door de kwaliteit van het onderliggende stedenbouwkundige plan, het profiel, de kwaliteit van de architectuur, de inrichting van de openbare ruimte, de groenvoorziening en de aanwezigheid van bijvoorbeeld zichtlijnen.

  • Basiszone


Voor de periode kenmerkende zone met basiskwaliteit, of een zone waarin door latere invullingen sprake is van een onsamenhangend of verstoord straatbeeld. 

  • Zone C


Karakteristieke zone met stedenbouwkundige meerwaarde.

Voor deze zone geldt dat de architectonische continuïteit moet worden gehandhaafd; stedenbouwkundige ingrepen mogen geen afbreuk doen aan het bestaande straatbeeld. 

  • Zone B


Beschermenswaardige zone met een nadrukkelijke stedenbouwkundige verbijzondering, dikwijls onderdeel van een bijzondere ruimtelijke structuur, al dan niet gerealiseerd volgens een belangrijk stedenbouwkundig plan.

Voor deze zone geldt als uitgangspunt: handhaving van de ruimtelijke structuur, van het historische straatbeeld, groenvoorziening en waterpartij(en). 

  • Zone A


Deze zone is te beschouwen als de dragende structuur van een hooggewaardeerd stadsgezicht. De bebouwing en/of het groen en/of het water zijn van uitzonderlijke kwaliteit en/of gaafheid en het gebied is gerealiseerd volgens een belangrijk stedenbouwkundig ontwerp of maakt deel uit van een bijzondere ruimtelijke structuur.

Voor deze zone geldt een restauratieve aanpak van de ruimtelijke structuur en architectuur. Uitgangspunt is handhaving en indien nodig herstel van de kwaliteit van het oorspronkelijke stedenbouwkundig concept en de historische bebouwing.