Gemeente Amsterdam

Commissie Ruimtelijke Kwaliteit De Schoonheid van Amsterdam


Bijlage 2: Aanpak in beeld

De wijze van verduurzamen moet afhangen van het type gebouw wat onderhanden wordt genomen. In de beoordeling van de kwaliteit van de aanpak moet kunnen worden teruggevallen op de karakteristieken van het gebouw. Daarbij zijn de volgende categorieën relevant.


Geveltypologie├źn

De bestaande gevelopbouw- en compositie zou de wijze van verduurzaming mede moeten bepalen. De ene gevel kan nu eenmaal bijvoorbeeld veel beter van buiten worden geïsoleerd dan een andere gevel. Het is dus relevant de verschillend geveltypologieën uit de AUP-gebieden te categoriseren:

  • metselwerk met gaten:

het hoofdvolume is opgebouwd uit metselwerk met een kap of plat dak. De kozijnen en loggias zijn gaten in dit metselwerk.

  • metselwerk met gaten, specifieke verbanden en ornamenten:

Als categorie 1, maar verrijkt met ornamentiek in bijvoorbeeld hekwerken, metselverbanden, lateien en verspringingen

  • randen, penanten en invullingen

doorgaande betonbanden, horizontaal en verticaal of in een grid met invullingen van kozijnen, metselwerk, beton, glas

  • systeemgevels

 

De verschijningsvorm van het gebouw wordt bepaald door het toegepaste bouwsysteem.

In deze vier categorieën komen zowel laagbouw-, middelhoogbouw (tot 5 lagen) als hoogbouw voor. Dat verschil in bouwhoogte is voor het bepalen van een passende gevelaanpak uit oogpunt van duurzaamheid niet relevant.


Cultuurhistorische waarde

In de Welstandsnota De schoonheid van Amsterdam (2016) worden de gebouwen gewaardeerd in vier klassen: een basisorde (lage waarde) en orde 3 (middelhoge waarde), orde 2 (hoge waarde) en orde 1 (monumenten of monumentwaardig).

De waardering is gebaseerd op vier aspecten:

  • de interne organisatie van een object,
  • de ruimtelijke vormgeving van een object,
  • de groepering van objecten en
  • de bijdrage van objecten aan de kwaliteit van tuinstedelijke ensembles als geheel.

Voor veel voorkomende kleine bouwplannen (zoals dakkapellen, aanbouwen, gevelwijzigingen, etc. zie welstandsnota) geldt het aspect van de ruimtelijke vormgeving van een object en wordt de zogenaamde Welstandskaart Architectuur gevolgd (WA-basis, WA3, WA2 en WA1).

Bij de beoordeling van wijzigingen aan de bestaande bebouwing gaat het er vooral om hoe deze wijzigingen zich verhouden tot deze bestaande architectonische kwaliteit. Hoe lager de architectonische kwaliteit is gewaardeerd hoe meer ruimte er is voor transformatie van de architectuur. In de nota staat dit per categorie geëxpliciteerd:

  • WA-basis: Handhaven van vorm en massawerking voor zover deze belangrijk is voor de compositie van de verkaveling en de relatie met het veld als geheel.
  • WA3: Handhaven en herstellen van de oorspronkelijke karakteristiek en samenhang in het gevelbeeld, waarbij afwijking in materiaal, kleur en detaillering mogelijk is.
  • WA2: Handhaven en  herstellen van de oorspronkelijke elementen in vorm, maat, materiaal, detaillering, verhouding en kleur of vormgeving van een vergelijkbare kwaliteit. Het gebruik van niet oorspronkelijke materialen is mogelijk mits dit gebeurt met respect voor de authenticiteit van de gevel.
  • WA1: Handhaven en  herstellen van de voor de vormgeving bepalende kenmerken, zoals maat, materiaal, detaillering, verhouding en kleur. Dit moet zo veel mogelijk gebeuren in authentiek materiaal, kleur en detaillering en rekening houdend met de samenhang in het gevelbeeld

Door per geveltype van deze aanpakken goede voorbeelden te verzamelen bouwen we een serie van best practices op die als leidraad fungeren voor de nog te ontwikkelen projecten. In de beschrijving en documentatie van deze voorbeeldprojecten geven we de cruciale projectgegevens weer (soort ingreep, duurzaamheidambitie, specifieke knelpunten en oplossingen) in tekeningen/details, foto’s, productomschrijvingen.

Als een samenvatting/conclusie van deze Best Practices benoemen we per geveltype en aanpak een aantal aandachtspunten die bij de ontwikkeling van een duurzaamheidaanpak voor het desbetreffende type gebouw cruciaal zijn. Daarmee krijgen de voorbeelden niet alleen een illustratieve of inspirerende, maar ook alarmerende functie.