Gemeente Amsterdam

Commissie Omgevingskwaliteit De Schoonheid van Amsterdam

Historische kernen, linten en fragmenten


download historische kernen

Download de beschrijving ruimtelijk systeem historische kernen, linten en fragmenten


Historische kernen, linten en fragmenten

Historische kernen, linten en fragmenten zijn in de loop der eeuwen onderdeel geworden van de stad Amsterdam. Het zijn duidelijk herkenbare eenheden met pittoreske lintbebouwing in diverse soorten en maten.

Gebiedstypen
In de beschrijvingen en criteria zijn vier gebiedstypen onderscheiden:

Noordelijke linten (2a)
Ten noorden van het IJ liggen de linten langs dijken. Kenmerkend zijn de doorzichten tussen de dijkwoningen die op kruinhoogte zijn geplaatst.

Zuidelijke linten (2b)
De zuidelijke linten zijn veenlinten en (voormalige) tuinderslinten. Aan deze linten staan relatief eenvoudige tuindershuisjes en een enkele boerderij. In deze linten komen ook enkele bedrijfjes en opslagterreinen voor.

Oude dorpen (2c)
De oude dorpen bestaan vooral uit enkele oude linten, wat rijtjes woningen en hier en daar een kleinschalig appartementencomplex. Deze gebieden hebben gemiddeld een net iets grotere schaal dan de linten. Kenmerkend is de functiemenging in de gebieden.

Fragmenten (2d)
De historische fragmenten zijn omringd door stedelijk gebied. Naast vrijstaande en geschakelde woningen staan in de buurtjes vaak een kerk en meestal enkele recentere woningen. Het karakter van de gebieden is divers, waarbij de dorpse uitstraling de gemeenschappelijke en de te behouden deler is.

Geschiedenis
De kernen en linten zijn in de regel vóór 1900 ontstaan buiten de toenmalige stad. De bebouwing is gebouwd langs bestaande structurerende elementen in het landschap zoals dijken en polderwegen waarvan een aantal dateert uit de middeleeuwen. Op belangrijke punten begon de nederzetting met een sluis, een kerk of een haventje. Ten zuiden van het IJ worden de meeste gebieden omringd door latere woonwijken.

Historische fragmenten zijn geïsoleerd komen te liggen in een nieuwe omgeving en zijn overwegend van een andere maat en schaal. De vroegere herkomst is duidelijk afleesbaar in het stratenpatroon en het historische uiterlijk van de bebouwing.


Kenmerken historische linten

Kenmerken
De kernen, linten en fragmenten kenmerken zich door individuele bebouwing die langs structurerende landschappelijke elementen is gebouwd. De deelgebieden verschillen onderling sterk van karakter.

Stedenbouwkundige structuur
De meeste kernen, linten en fragmenten hebben een structuur die sterk bepaald wordt door de kenmerken van de landschappelijke ondergrond. Meestal heeft de bebouwing een lineair karakter door de ligging aan een polderdijk of aan een land- of waterweg. Dit geldt zowel voor dichtbebouwde, langgerekte dorpslinten als voor linten die nog steeds bestaan uit vrijstaande boerderijen en kleinere huizen in een open gebied. Aaneengesloten kernen met kleinschalige bebouwing zijn meestal ontstaan aan een kruispunt van wegen. Kenmerkend voor een historisch fragment is dat het is afgesneden van de oorspronkelijke ruimtelijke context.

Bouwvolume
De bebouwing in historische kernen en linten staat overwegend in een wisselende rooilijn. Typerend voor historische kernen en linten is de individuele bebouwing, door of in opdracht van de eigenaren zelf gebouwd. De huizen dateren uit verschillende perioden, bestaan uit verschillende bouwmassa’s en zijn gebouwd in diverse stijlen. In de kernen zijn de panden gemiddeld kleiner dan daarbuiten. Op kleine schaal komt seriebebouwing voor, vooral uit eind negentiende en begin twintigste eeuw. De bebouwing bestaat uit sobere arbeiders- of rijkere middenstandswoningen, winkels en kleine bedrijfjes. In de linten staan nog enkele boerderijen. De functiemenging is met name in de oude dorpen en de historische fragmenten kenmerkend.

Architectonische uitwerking
De bebouwing aan de linten heeft overwegend één laag met een kap. In de achterliggende wegen of buurten komt ook twee lagen met kap voor. De meer recente bebouwing is ook uitgevoerd in de vorm van rijen en twee-onder-een-kapwoningen. Kleine panden zijn in veel gevallen vergroot met op- en aanbouwen en dakkapellen. De oudere bebouwing heeft een eenvoudige, traditionele vormgeving met zorgvuldig detaillering.

Materiaal en kleur
Als gevolg van het individuele karakter is het materiaalgebruik en de detaillering vaak per pand verschillend. Vaak toegepast zijn baksteen (al dan niet met pleisterwerk) en hout. In een aantal gevallen komen nog houten gevels inclusief karakteristieke kleurtoepassingen voor.

Waardering
De waarde ligt vooral in het afwisselende beeld van de gegroeide structuur met variërende bebouwing aan zowel groene als stenige straten. De gevels zijn veelal van baksteen en ten noorden van het IJ van hout. Enkele kernen, linten en fragmenten zijn aangewezen tot beschermd dorpsgezicht op grond van de Monumentenwet. Binnen de beschermde dorpsgezichten staan veel monumenten; in de andere kernen, linten en fragmenten is dat in wisselende mate ook het geval.

Monumenten en waarderingskaarten
Naast monumenten kent dit ruimtelijk systeem een scala aan beeldbepalende panden. De panden zelf zijn niet altijd even bijzonder, maar door hun karakteristieke gevelkenmerken, maatvoering of ligging dragen zij wel bij aan de cultuurhistorische meerwaarde van het geheel. Om deze waarden in kaart te brengen zijn van een deel van de gebieden waarderingskaarten gemaakt.

Uitgangspunten op hoofdlijnen
De historische kernen, linten en fragmenten hebben gevarieerde bebouwing in variërende dichtheden. De bebouwing varieert van woonhuis tot boerderij en van historisch object tot recent gebouw. Uitgangspunt is behoud van variatie zonder dat dit tot verrommeling leidt.
Uitzondering zijn de seriematige woningen, zoals in Driemond en Sloten.
Seriematige woningen hebben per cluster een samenhangende compositie door herhaling van zowel woningtype als rijen en blokken.
Bijzondere elementen zijn de gebouwen met afwijkende functies, zoals scholen en kerken. De afwijkende bebouwing staat vrij op de kavel.
De massa en uitwerking variëren per gebouw, waarbij kerken veelal van oudsher een accent vormen en bijdragen aan het silhouet van de dorpen.
Het beleid is gericht op het behoud van variatie zonder verrommeling.
Het dorpse, gegroeide karakter met kleinschalige en afwisselende bebouwing staat centraal, zonder wijzigingen en nieuwbouw onmogelijk te maken.